Op weg naar Sydney brachten we nog een dag door in Melbourne waar de koudste winter in zestig jaar heerste met een gemiddelde temperatuur van tegen het vriespunt, en het deze dag bovendien stortregende. We gingen nog wel met een bus een of andere berg op, maar waren voornamelijk blij dat we onze paraplu’s hadden meegenomen en bovendien was er door de dichte mist totaal niets te zien. Waardeloos.
Hier gingen de eerste cruise passengers aan boord en wij aan het werk. We begonnen echter met een korte vakantie, omdat al meteen de eerste dag een der vaste Amerikaanse passagiers de geest gaf. Dit veroorzaakte scheve ogen bij de rest van de bemanning die ons ervan betichtte hierin, gedreven door werkschuwheid, de hand te hebben gehad. Volkomen onterecht voor zover ik weet, maar het betekende wel lamleggen van alle vertier aan boord, ofschoon van een dieptragisch evenement geen sprake was. Zij was namelijk al zo ver in de negentig gevorderd, dat algemeen werd aangenomen dat ze juist met dit oogmerk ronddobberde.
In Sydney, fantastische stad, was het heerlijk weer voor rubbernecking, te beginnen met de Woolloomooloo Wharf zelf. Waar nu het operagebouw staat, zagen we toen vanaf de immense brug over de baai met lede ogen de Sibajak - een van de transportschepen voor de studentenreizen naar New York - gereedliggen om te worden geschroot.
Maar goed, wijzelf waren dus nu aan de bak voor de cruise.
‘s Middags doorgaans zigeunertrio in de Statesman Lounge en ‘s avonds swing op het Promenade Deck met open ramen, wat een lastige akoestiek teweeg bracht. Daarna was het tot diep in de nacht, zeg maar ochtendgloren, Waltzing Matilda in de Neptune’s Tavern tot we in Nieuw-Zeeland aankwamen.
Zo kon het gebeuren dat mijn slapie Dolf en ik van cabin steward Peter, die de roereieren kwam brengen, vernamen dat we zojuist de haven van Auckland hadden verlaten. Gelukkig zouden we hierna nog Wellington aandoen, zodat we dit deel van Down Under niet helemaal hoefden te missen. Geen van beide steden was overigens in die tijd echt ravissant, wèl waren ze fraai van omgeving.
Hier gingen de eerste cruise passengers aan boord en wij aan het werk. We begonnen echter met een korte vakantie, omdat al meteen de eerste dag een der vaste Amerikaanse passagiers de geest gaf. Dit veroorzaakte scheve ogen bij de rest van de bemanning die ons ervan betichtte hierin, gedreven door werkschuwheid, de hand te hebben gehad. Volkomen onterecht voor zover ik weet, maar het betekende wel lamleggen van alle vertier aan boord, ofschoon van een dieptragisch evenement geen sprake was. Zij was namelijk al zo ver in de negentig gevorderd, dat algemeen werd aangenomen dat ze juist met dit oogmerk ronddobberde.
In Sydney, fantastische stad, was het heerlijk weer voor rubbernecking, te beginnen met de Woolloomooloo Wharf zelf. Waar nu het operagebouw staat, zagen we toen vanaf de immense brug over de baai met lede ogen de Sibajak - een van de transportschepen voor de studentenreizen naar New York - gereedliggen om te worden geschroot.
Maar goed, wijzelf waren dus nu aan de bak voor de cruise.
‘s Middags doorgaans zigeunertrio in de Statesman Lounge en ‘s avonds swing op het Promenade Deck met open ramen, wat een lastige akoestiek teweeg bracht. Daarna was het tot diep in de nacht, zeg maar ochtendgloren, Waltzing Matilda in de Neptune’s Tavern tot we in Nieuw-Zeeland aankwamen.
Zo kon het gebeuren dat mijn slapie Dolf en ik van cabin steward Peter, die de roereieren kwam brengen, vernamen dat we zojuist de haven van Auckland hadden verlaten. Gelukkig zouden we hierna nog Wellington aandoen, zodat we dit deel van Down Under niet helemaal hoefden te missen. Geen van beide steden was overigens in die tijd echt ravissant, wèl waren ze fraai van omgeving.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten